|
|
|
Onder het motto "Kris-kras door de
Tsjechische geschiedenis en literatuur" heb ik over verschillende
perioden en schrijvers bijdragen geleverd. In dit artikel maak ik weer een
sprong terug, nl. Naar de middeleeuwen, naar de vroege geschiedenis van
Bohemen. Ik heb hierbij het oog op de middeleeuwse Dalimil-kroniek. Deze
rijmkroniek ontstond tijdens de regering van Jan Luxemburg (1310-1346).
Het is een eipisch werk, dat gebaseerd is op een latijns voorbeeld maar
literair van weinig betekenis. Deze kroniek van 1310 bevat de geschiedenis
van Bohemen, gebaseerd op de Chronica Bohemorum van de Praagse domheer
Cosmas (1045-1125) en andere bronnen. Het is het eerste historische werk
van betekenis dat de Tsjechische geschiedenis tot 1318 behandelt en (dat
is zeer belangrijk!) in het Tsjechisch was geschreven.
|
|
|
De schrijver, die zoals blijkt de kleine adel vertegenwoordigt tegen een
sterke monarchie, brengt hierin een stuk patriottisch gevoel tot
uitdrukking, gepaard gaande met een afkeer van vreemde (Duitse!)
invloeden. De kroniek waarschuwt voor het bevoordelen van Duitse
kolonisten en stadsbewoners. Door deze tendens behield de Dalimil-kroniek
nog eeuwenlang haar invloed, die tot de overgang van de 18e naar de 19e
eeuw duurde. Zij blijft ook later nog een literair monument, ook door haar
politieke reikwijdte.
|
|
|
Onder de grote keizer Karel IV was Praag de
hoofdstad van het Duitse rijk en onderhield daardoor verbindingen met alle
culturele centra van Europa. Desondanks nam de Tsjechische invloed sterk
toe, vooral na de oprichting van de Praagse universiteit in 1348. Van
belang is nog dat de Dalimil-kroniek zoveel mogelijk de volkstaal trachtte
te benaderen (zoals later Jan Hus) en daardoor de ontwikkeling van de
Tsjechische taal een sterke impuls gaf. Het Rotlev gebouw met de mooie
gotische erker hoort bij de Praagse universiteit. Het is de eerste
universiteit in midden-Europa.
|
|
|
|