|
|
|
Het in 1912 door de beeldhouwer Josef Myslbek
(1814-1912) geschapen monument voor de heilige Václav (Wenzel,
Wenceslaus) op het plein van dezelfde naam wordt algemeen als een
meesterwerk beschouwd. Dertig jaar heeft de kunstenaar naar de
uiteindelijke vorm gezocht, waarvan 50 tekeningen, studies en modellen
getuigen. Naast Myslbek heeft de architect A. Dryák nog aan de
werkzaamheden deelgenomen.
Vier levensgrote heiligen omgeven als in een
processie de sokkel van dit indrukwekkende monument van Václav: de
heiligen Adalbert en Ludmila, de zalige Agnes, de heilige Procopius
(Prokop). Zij doen geen enkele afbreuk aan de imposante hoofdfiguur van de
heilige Václav. Des te overtuigender komt de rustige, door innerlijke
overtuiging gedragen persoon van Václav tot uitdrukking. |
|
|
In 921 besteeg Václav, later de heilige
genoemd, de hertogelijke troon van Bohemen. Hij kerstende het land en
streefde tegelijk de kerkelijke zelfstandigheid van Bohemen na. In 929
werd hij door zijn broer Boleslav I vermoord, een zinloze daad omdat Václav
zijn broer al had willen vragen de heerschappij over Bohemen op zich te
nemen aangezien hij zich in Rome wilde laten wijden teneinde als eerste
bisschop van Bohemen terug te keren. Als motief van de broedermoord noemt
men de 'heidense reactie' op de religiositeit en de strenge moraal van de
latere heilige en landspatroon, terwijl machtsstrijd en rivaliteit tussen
de verschillende vorsten ook een rol speelden. |
|
|
Rond het jaar duizend, toen vrome Christenen de
wederkomst van Christus op aarde verwachtten, hield het Boheemse
vorstenhuis van de Přemysliliden zich met meer realistische plannen
bezig. Zij streefden ernaar Bohemen onder één kroon te verenigen. Eén
van hen was de tweede bisschop van Praag St. Adalbert (Vojtěch, 956-997).
Hij streefde een hervorming van het kloosterleven na, te beginnen in het
klooster van Cluny in Boergondië. Hij propageerde het christendom in
Polen en Hongarije, maar moest dit in Oost-Pruisen met de dood bekopen
(997). Te zijner nagedachtenis werd in het Poolse Gniezno een kathedraal
opgericht. Een Poolse heerser Boleslav de Dappere bezette voor enige tijd
de Praagse Burcht. |
|
|
De heilige Adalbert werd opgevoed aan de
domschool te Maagadenburg en in 983 tot tweede bisschop van Praag gewijd.
Het gelukte hem niet de pas bekeerde Bohemers van hun heidense gebruiken
af te brengen, ook omdat de Boheemse hertog Boleslav II hem niet voldoende
steunde. Op bevel van de paus keerde hij in 993 terug naar Bohemen, waar
hij bij Praag het klooster Břevnov stichtte. Paus Silvester II verklaarde
Adalbert in 999 heilig. Zijn relikwieën werden 1039 overgebracht naar
Praag, waar zij in 1880 bij herstelwerkzaamheden van de kathedraal opnieuw
werden aangetroffen. Ludmila was de echtgenote van de Boheemse koning Bořivoj
I en had zich op een reis door Moravië (rond 874) tezamen met haar
echtgenoot door de 'Slavenapostel' Methodius laten dopen. Na de dood van
de hertog in 894 ontstonden er moeilijkheden in de familie en een heftig
conflict leidde ertoe dat Ludmila in 925 met haar eigen sluier op haar
weduwenverblijf werd gewurgd. Dit had tot gevolg dat Ludmila de eerste
martelaar van Bohemen werd en tegelijk beschouwt men haal als de moeder
van het Boheemse volk. De sluier waarmee zij werd gewurgd vormde haar
attribuut in de beeldende kunst! |
|
|
Ter herinnering aan Ludmila richtte de beroemde
keizer Karel IV (1346-1378) de Ludimila-kapel op met haar graftombe. Deze
staat achter een neogothisch altaar uit 1858 en toont aan de noordzijde
nog plastieken uit de tijd rond 1378 met afbeeldingen van Procopius en Václav.
Op haar graftombe bevindt zich een stenen plastiek van de heilige
Ludmila, dat treffend haar martelaarschap uitbeeldt. |
|
|
Het klooster van de heilige Agnes herinnert aan
de dochter van koning Ottokar (1197-1230). Agnes, zuster van Václav I,
had huwelijksaanzoeken zelfs van keizer Friederich II (1212 - 1250)
afgeslagen en reeds op twintigjarige leeftijd voor het kloosterleven
gekozen. Na de opheffing van het klooster in 1797 trad een periode van
verval in die een gedeeltelijke vernietiging van dit klooster ten gevolge
had. Sedert de 19e eeuw wordt weer gewerkt aan de restauratie van het
klooster, dat nu een museum voor Tsjechische schilderkunst en volkskunst
bevat. |
|
|
De heilige Procopius (982-1053) was één van
de oprichters van het klooster aan de Sázava, waarin tot de verdrijving
der monniken in 1097 de Slavische liturgie, een erfenis van de
'Slavenapostelen' Cyrillus en Methodius, bewaard bleef. Ook hij is een
landspatroon van Bohemen geworden, samenhangend met het feit dat hij in
legenden wordt getekend als de verdediger van het Tsjechische element
tegen vreemde invloeden. |
|
|
|