|
|
|
In Tsjechische portret VII besteedde ik aandacht
aan de Tsjechische graficus Václav (Wenceslaus) Hollar, bekend ver buiten
de grenzen van Bohemen (geboren in Praag in 1607, overleden in Londen in
1677). Hij werkte achtereenvolgens in Straatsburg en Keulen en tekende i
opdracht van de Earl (graaf) van Arundel stadsgezichten, landschappen,
portretten en historische onderwerpen. Václav of Wenceslaus Hollar genoot
in zijn tijd al grote bekendheid door zijn kopergravures.
|
|
|
Ik kwam zijn naam opnieuw tegen in een lijvit
(470 bladzijden) boek van de Poolse historicus Antoni Maczak, dat werd
vertaald onder de titel "De ontdekking van het reizen. Europa in de
vroeg-moderne tijd." (Het Spectrum 1998), een boeiend boek over
reizen in vroeger eeuwen in al zijn aspecten. Wie wel eens van de komische
ervaringen van Erasmus in Dutise herbergen heeft kennisgenomen zal ook dit
boek over het primitieve rijzen in vroeger tijd met veel plezier lezen. De
auteur nam als vertrekpunt de opkomst van de reisliteratuur van de
renaissance (Montaigne) en stopte tegen het eind van de zeventiende eeuw.
Over Hollar schreef Arundel o.m. aan een vriend in mei 1636: 'Ik hoop je
binnekort in Linz te zien. Ik heb ene Hollarse bij me, die snel en met een
opgewekt gemoed tekeningen maakt en prenten etst met sterk water.'
|
|
|
Wenceslaus Hollar werkte inderdaad snel. Hij wat
twintig jaar oud toen hij in 1627 uit Praag naar Frankfurt aam Main
vertrok, waar Matthäus Merian de Oudere de voorgande twee jaar een grote
drukkerij en kaartenmakerij had gedreven die hem door zijn schoonvader,
Johan de Brey, was n agelaten. Hier werden het Theatrum Europaeum en veel
van Zeillers topografische werken g epubliceerd, vervaardigd door een
complete staf van grafische kunstenaars. Gedurende de volgende tien jaren,
waarin hij regelmatig van woonplaats veranderde, maakte Hollar tekeningen
van het stroomgebied van de Rijn, met inbegrip van Holland, waar hij
kennismaakte met het werk van Rembrandt. Hij maakte zich een precisie
eigen die toch geen afbreuk deed aan de charme en de sfeer van zijn
tekeningen. Dit was niet louter kunst om de kunst, of kunst om zijn eigen
vaardigheid te vervolmaken. In 1636 publiceerde Franz Hogenberg
vierentwintig gravures van Hollar als Reisebüchlein, met wel als heel
bescheiden toelichting dat ze bedoeld waren als voorbeeld voor jongelui
die wilden leren tekenen. Dit zou niet zijn laatste reisschetsboek zijn.
Met zijn bescherming gaf de graaf van Arundel hemde gelegenheid en
aanmoediging om te werken. Er zijn hondedrvierentwintig tekeningen en
aquarellen van hun acht maanden durende reis bewaard gebleven, waarvan
sommite ter plaatse werden gemaakt en andere werden voltooid wanneer het
gezelschap uitrustte. Sinds zijn kennismaking met de ambassadeur in Keulen
was Hollar Arundels vaste tekenaar geweest. Typerend voor hun relatie was
dat het niet Hollars taak was de lof van de graaf te zingen, maar alleen
die van de steden die ze aandeden. Vandaar de vele stads- en
riviergezichten, die ongetwijfeld naar het leven waren getekend of
geschilderd - dat blijkt ook uit het steeds terugkerend motief van de boot
met de ambassadeur en zijn gezelschap erop.
|
|
|
De ontmoeting tussen de kunstenaar en zijn
beschermheer in Keulen bleek voor beiden een gelukkige te zijn, maar in
het bijzonder voor Hollar. Hij werd uitgenodigd naaar Engeland te komen en
bracht daar vele jaren door. Hij vergezelde Arundel naar Antwerpen toen
het leven voor koningsgezinden in Engeland moeilijk begon te worden. Hij
had toen al een gevestigde reputatie en veel verzamelaars in Engeland
waren erop gebrand zijn tekeningen te verwerven. Samuel Pepys kocht er een
aantal en ook een van onze reizigers, John Evelyn. Veel talrijker waren de
kopergravures met reproducties van wrken van oude en contemporaine
meesters. Hollar was geen gezworen royalist; in 1652 was hij in ieder
geval terug in Engeland, maar helemaal zonder problemen verliep dat niet.
De rest van zijn persoonlijk leven is voor ons niet van belang, maar het
is interessant te zien hoe hij in latere jaren profiteerde van de
vaardigheden die hij zich eigen had gemaakt. Behalve voor illustraties bij
de werken van de vooraanstaande historicus Sir William Dugdale
(afbeeldingen van gebouwen) was hij verantwoordelijk voor talrijke
gezichten en plattegronden van Londen, die later bijzonder goed van pas
zouden komen bij de reconstructieprojecten na de Brote Brand van 1666.
|
|
|
Hoewel hij de rest van zijn leven als kaarttekenaar in armoede doorbracht,
zou hij toch nog een reisavontuur beleven. In 1668 voer hij als een
Scenographus regius naar Tanger, op een schip dat onde bevel stond van de
kleinzoon van Arundel, Lord Henry Howard. Deze rampzalige expeditie, die
ten doel had de bruidsschat op te halen van de Portugese princes Catharina
van Braganza, die met Karel II was getrouwd, leverde weinig meer op dan
Hollars zeer nauwkeurige situatietekeningen en een ets met een afbeelding
in vogelvlucht van een zeeslag tussen Algerijnse piraten en het schip
waarop hij zelf terugvoer. De laaatste bewaard gebleven tekeningen van
deze onvermoeibare kunstenaar, kaarttekenaar en reiziger grijpt terug naar
zijn jonge jaren. Het is een schets van Praag.
|
|
|
|