|
|
|
Op het ogenblik zijn ten gevolge van de Tweede
Wereldoorlog de Tsjechisch-Duitse betrekkingen nog allesbehalve ideaal te
noemen. De Tsjechen eisen herstelbetalingen voor de Duitse bezetting, de
Duitsers willen een schadeloosstelling voor de verdrijving van de grote
Duitse minderheid na de oorlog. Nog steeds is hiervoor geen bevredigende
oplossing gevonden. Te betreuren valt, dat de invloedrijke Duitse cultuur
in Tsjechië en Slowakije betrekkelijk weinig sporen heeft nagelaten.
|
|
|
Slechts enkele figuren zoals Kafka hebben een
blijvende plaats in het cultureel erfgoed behouden. Vaak is de Duitse
intelligentsia uit de voormalige Tsjechoslowaakse republiek van joods
origine, zoals Kafka, Werfel, Max Brod, Urzidil 1), Egon Erwin Kisch.
Evenals genoemde joodse schrijvers poogde
Kisch het nationale en sociale isolement, waarin vele joden in Praag zich
bevonden te doorbreken. Toch was de positie van de joden in het land van
Masaryk niet ongunstig. Zowel de Tsjechische als de Duits-joodse cultuur
kwam in het interbellum tot grote bloei. De emigranten, die
Hitler-Duitsland moesten verlaten, vonden hier een tolerant geestelijk
klimaat. Thomas Mann en zijn broer Heinrich, zijn kinderen Erika en Klaus
kregen hier asiel evenals tienduizenden andere Duitse politieke
emigranden. Onder hen was ook Hermann Bleich - vader van de journalsite
Anet Bleich - die in de naoorlogse jaren in Nederland voorzitter van de
Buitenlandse Persvereniging was. Voor de Duitse vluchtelingen bestond ook
hier geen taalbariere, aangezien de Tsjechoslowaakse hoofdstad grotendeels
tweetalig was. Er waren Dutise uitgeverijen, kranten, theaters en
verenigingen. Eerst later zou een groot deel van de Sudetenduitsers (niet
de Praagse Duitsers) de nazi-ideologie aanvaarden. 2)
|
|
|
Kisch (1885-1948) bewoog zich niet alleen in
Duitse maar ook in Tsjechische millieus, vooral onder linkse bohémens en
anarchisten. Zo had hij nauwe contacten met de bekende Tsjechische
schrijver Jaroslav Hašek, auteur van 'De brave soldaat Švejk' met wie
hij een reportage 'De reis om Europa in 365 dagen' (1929) schreef. Een
belangrijk deel van zijn werk is aan Tsjechische thema's gewijd. Zijn
autobiografische 'Marktplatz der Sensationen' verhaalt o.m. over zijn
jeugdjaren in de Praagse Melantrichova, toentertijd onder een schijnbaar
onwankelbare Habsburgse monarchie nog 'Swefelgasse' geheten. Op
twintigjarige leeftijd werd Egon Erwin Kisch stadsreporter bij de Praagse
Duitstalige krant 'Bohemia'. Toen hij voor het eerst een grote brand moest
verslaan, fantaseerde hij hier het nodige om heen, omdat hij in feite
alleen maar vlammen had gezien. Al in de jaren twintig verkreeg hij
bekendheid door zijn boek 'Der rasende Reporter', waaraan de grondlegger
van de reportagejournalistiek zijn bijnaam dankte. In 'Klassischer
Journalismus' (1923) noemt hij de befaamde negentiende-eeuwse Tsjechische
journalisten Karel Havlíček Borovský en Jan Neruda als zijn
journalistieke voorbeelden. Maar ook Hašek en Heine waren zijn favoriete
schrijvers.
Kisch was een zeer producktief schrijver.
Zijn oeuvre omvat meer dan dertig banden: reportages, verhalen,
cultuurhistorische essays, toneelstukken, een oorlogsdagboek en een roman.
Van een zakelijke reportage kon hij een kunstwerk maken. Weinigen, die hem
kenden, wisten echter dat de vlotte causeur, die allerlei amusante
belevenissen en anecdotes kon vertellen, maar moeizaam en vooral consciëntieus
zijn ervaringen op papier zette. Hij was altijd op zoek naar de wezenlijke
kern van wat hij zag, naar datgene dat verborgen bleef achter de schijn,
uitgaande van de overtuiging, dat 'Wahrheit das edelste Rohmaterial der
Kunst' is. In zijn 'Von der Reportage' schrijft hij over het verband
tussen waarheid en fantasie: 'Bedarf die Gestaltung der Wahrheit keiner
Phantasie? Er ist wahr, die Phantasie darf sich hier nicht entfalten, wie
sie lustig ist, nur der schmale Steg zwischen Tatsache und Tatsache ist
zum Tanze freigegeben, und ihre Bewegungen müssen mit den Tatsachen in
rhytmischen Einklang stehen ...' Kisch onderscheidde zich van andere
verslaggevers door gebruik te maken van literaire middelen als
beeldspraak, dialogen en zelfs de 'monoloque intérieure'. (1912). Zijn
betrokenheid bij het Praagse leven blijkt uit titels als 'Prager Kinder'
(1913), 'Die Abenteuer in Prag (1920)m 'Soldat im Prager Korps' (1922) en
'Prager Pitaval' (1931). Kenmerkend voor de 'razende raporter' is ook dat
hij tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen de haat tegen Frankrijk
kunstmatig werd opgevoerd, positief schreef over Voltaire, Victor Hugo,
Emile Zola en Jean Jaures!
In zijn tekening van het nachtleven en de
onderwereld in de oude stad aan de Moldau met zijn smalle middeleeuwse
straatjes, zijn donkere steegjse en 'Durchäuser' (overdekte verbinding
tussen twee straatjes) wordt Kisch door niemand overtroffen. Als geen
ander was hij op de hoogte van de Praagse topograie. Hij was
geinteresseerd in allerlei 'krváky' (bloedige geschiedenissen) en
'pitavaly' (ongewone rechtzaken) waarvan hij flitsende reportages maakte.
Hij trad hiermee in het voetspoor van zijn even bekende tijdgenoot Karel
Čapek, die in 1929 zijn 'Geschidenissen uit de ene en uit de andere zak'
schreef.
|
|
|
Chroniqueur van het Praagse leven
Iedere dag bezocht hij het politiebureau om
berichten te verzamelen, waarvan hij reportages maakte. Hij streefde er
allerminst naar misdadigers tot heroische figurente maken (zoals in
toenmalige gangsterfilms), maar veeleer interesseerden hem de
achtergronden van de misdaad: de motieven van de dader en de
maatschappelijke achtegronden. Kisch ontdekte hoe fantastisch, paradoxaal
en onbegrijpelijk de werkelijkheid kon zijn: deze thema's vormen de kern
van zijn 'Kriminialistisches Reisebuch' (1925) en 'Prager Pitaval' (1931).
Ook uit deze boeken spreken het scherpzinnige oordeel en de nauwkeurigheid
van de Praagse chroniqueur. Kisch zocht de realiteit van het Praagse leven
en had een afkeer van de romantische sfeer, die niet alleen het werk van
Rilke ademde maar ook van de bekende Tsjechische schrijvers.
Als joods schrijver werd Kisch ook
gefascineerd door de legende Golem; de door een rabbi geschapen robot, die
de joden bijstaat. Het verhaal, dat de resten vande Golem op de zolder van
de Praagse Alt-Neu-Synagoge waren achtergebleven, bracht Kisch ertoe daar
een onderzoek in te stellen. Blijkens zijn reportage 'Den Golem
wiederzuerwecken' (in 'Geschichten aus sieben Ghettos') vond hij behalve
veel stof en een vleermuis niets op de zolder. Uit zijn verslag blijjkt
wel hoe groot de invloed van deze legende was, maar Kisch hechtte meer
waarde aan eigen onderzoek dan aan verhalen van anderen.
Bovenal hield de ge'engageerde journalist
zich bezig met sociale en politieke problemen. Zo ontdekte hij al in 1913
dat de Oostenrijkse chef van de generale staf in Praag Redl een spion was.
Hij schreef een verslag 'Wie ich erfuhr, dass Redl ein Spion war'. De
generale staf had dit geheim willen houden maar door de publicatie van
Kisch kwam het in de openbaarheid. In de Eerte Wereldoorlog rapporteerde
Kisch alles wat hij aan het front en in de kazernes zag: "Jeden Tag
stenogrephiere ich meine Lebensweise und meine Gedanken, die Lebensweisse
und die Gedanken von Hunderttausenden!" Hij was zich bewust van het
verschil tussen een dag zoals de krant deze schetst en een dag, die men in
de loopgraven beleeft.
In 1921 was Kisch naar Berlijn vertrokken
maar hij bleef voortdurend in contact met zijn vaderstad Praag, getuige
zijn bijdragen in de 'Alt-Prager Almanach'.
Kisch kreeg wereldfaam door zijn overal gelezen en nog steeds herdrukte
reportages, zoals 'Wagnisse aller Welt' (1927), 'Hetzjagd durch die Zeit'
(1928), 'Paradies Amerika' (1929) (over de economische crisis in de VS en
zijn ontmoeting met Charlie Chaplin), 'China Geheim' (1933), 'Abenteuer in
fünf Kontinenten' (1935) en 'Soldaten am Meeresstrand', geschreven
tijdens de Spaanse burgeroorlog, waaraan Kisch aan republikeinse zijde
deelnam. Bekend is zijn reisverhaal 'Landung in Australien'. Hierin
beschrijft hij hoe hij in Australië was uitgenodigd om te spreken over de
dreiging van het fascisme. Plotseling verbood het Australische ministerie
op verzoek van de Britse Baldwin-Chamberlain-regerin en onder druk van
diplomaten van Hitler en Goering de togang tot Australië. Kisch sprong
over boord van zijn schip en wist de Australische kust te bereiken maar
brak bij deze manoeuvre zijn been. Deze 'bohémien' (in de twee
betekenissen van het woord), schrijver, wereldreiziger en detective liet
zich door geen tegenslag ontmoedigen. De vraag 'Mag Kisch landen of niet?'
was oorzaak van een politieke crisis in Australië. Kisch zette door en
wist in Australië verschillende anti-fascistische toespraken te houden.
Hij begreep de waarheid van Heines woorden: 'Dort wo man bücher
verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen'.
De 'razende reporter' doorzag ook de schone schijn, waar achter zich de
harde werkelijkheid verbergt. Dit bleek wel bij zijn bezoek aan het
schijnbaar vreedzaam boeddhistische Ceylon.
In 1926 ging Kisch met zijn moeder op
vakantie naar Nederland; de vakantie verhinderde hem niet reportages te
schrijven over zijn bezoeken aan o.m. Den Haag, Rotterdam, Alkmaar en
Naarden, waar hij zijn Tsjechische achtergrond niet verloochende en op
zoek ging naar het graf van Jan Amos Komenský (Comenius), de grootste
Tsjechische emigrant naar Nederland. Ook in de jaren dertig bezocht Kisch
Amsterdam, dat hem aantrok door zijn vele emigranten. 3)
|
|
|
Komisch theaterstuk
De veelzijdige Kisch heeft in 1920 ook een
komisch stuk in drie acten geschreven, 'Die gestohlene Stadt' met de
meesterdief 'Käsebier', een histroische figuur, als belangrijke held. De
comedie speelt in Praag in het jaar 1756 in het bekende slot 'Hvězda'
(Ster) op de Witte Berg bij Praag. Koning Friedrich II van Pruisen
belegert Praag en laat de wegens zijn sluwheid beruchte Käsebier uit de
gevangenis halen om hem te helpen bij zijn belegering. De Pruisische
koning bevindt zich in een hachelijke positie omdat een Oostenrijks
ontzettingsleger onderweg is. Käsebier moet als spion fungeren om Praag
in handen van de koning te spelen ('die gestohlene Stadt'). De koning
heeft de meesterdief echter beledigd door te weigeren hem aan een
koninklijke dis te laten deelnemen. Intussen naderen de Oostenrijkse
troepen. Een trompetter van de Oostenrijkers meldt zich met een witte
vlag nadat het leger van de Prusische koning op de vlucht is gejaagd. Het
blijkt de vermomde Käsebier te zijn. De koning, opnieuw overtuigd van Käsebiers
slimheid, wil hem in dienst nemen. Maar deze verkiest de vrede boven de
oorlogszucht van de vorsten.
Alleen in het Tsjechisch verscheen zijn 'Zajatec Hitlerův' (Hitlers
gevangene). Na de brand in de Duitse Rijksdag in 1933 was Kisch als links
journalist gearresteerd maar na een Tsjechoslowaaks protest weer
vrijgelaten. In 'Abenteuer in fünf Kontingenten' klaagt Kisch de laffe
moord oaan op de revolutionairen Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, een
moord, die de eerste etappe vormde op de weg naar het
nationaal-socialisme. Uit één van zijn laatste publicaties 'Karl Marx
in Karlsbad' blijkt opnieuw hoe consciëntieus Kisch allerlei bronnen
bestudeerde om een historisch verantwoord levensbeeld te schetsen.
De oorlog voerde hem via diverse
omzwervingen naar Mexico. Hij werkte mee aan de in 1944 in Londen
verschenen bundel 'Stimmen aus Böhmen'. In 1946 keerde Kisch terug naar
Praag. Zijn laatste werk schreef hij in het Tsjechisch. De populaire
reporter en vriend van Beneš overleed in maart 1948.
|
|
|
Noten
1) Vgl. Ahoj 118, mei 1996, blz 13
2) Vgl. J. Gruša, E. Kriseová en P. Pithart. 'Prag. Einst Stadt der
Tschechen, Deutschen und Juden'. München, 1993
3) Vgl. de bundel van Duitse emigranten 'Sie Sammlung', een vertaaalde
bloemlezing van artikelen van vooroorlogse emigranten, in 1983 uitgegeven
bij Querido. Hierin een bijdrage van Kisch 'Emigrangen, op het ogenblik
in Amsterdam'. |
|
|
|