|
|
|
Het monumentale standbeeld van Johannes Hus, een
creatie van Ladislav Šaloun uit jaren 1903-1915, verheft zich midden op
het Praagse Staroměstské náměstí. Het toont niet een martelaar maar
een zelfbewuste predikant, die het volk oproept tot verzet. Door
bemiddeling van zijn leerling Hiëronymus van Praag (evenals Hus op de
brandstapel omgekomen) had Hus kennis gemaakt met de geschriften van de
Engelse hervormer John Wycliff (±1330-1384). Hus bestreed in diens geest
het kerkbezit, de verwereldlijking van de clerus, de aflaathandel, het
pauselijk gezag en de kerkelijke hiërarchie. Zijn kritiek richtte zich
dus meer op de kerkelijke structuur dan op de theologische opvattingen.
Toen omstreeks 1400 Tsjechische hoogleraren partij kozen voor de leer van
Wyclif en hun Duitse collega's zich tegen deze leer keerden, ontstond een
scherp conflict tussen Tsjechen en Duitsers. Hus en Hiëronymus van Praag
drongen aan op versterking van het Tsjechische element in de
Karelsuniversiteit. Koning Václav IV besliste toen in 1409 bij het
decreet van Kuttenberg, dat van de vier stemmen in het bestuur der
universiteit drie aan Tsjechen zouden behoren. Hus werd tot rector van de
universiteit benoemd, echter met als gevolg dat vele Duitse professoren en
studenten de oudste Midden-Europese in 1348 gestichte universiteit van
Praag verlieten en in Leipzich een nieuwe universiteit oprichtten. |
|
|
Behalve onder de Tsjechische studenten kreeg Hus
veel aanhang onder de Praagse bevolking door zijn prediking in de
Tsjechische volkstaal in de Bethlehemkapel (herbouwd in 1950). Hus drong
aan op lezing van de bijbel, ook door het gewone volk, en op secularisatie
van de kerkelijke goederen, waarbij hij door zijn democratische
opvattingen het gezag van de kerk en de bestaande maatschappelijke orde
aantastte. Ook elders in Europa ontstond er een sterk streven naar
zuivering van de kerk. In Nederland vormde zich rond Geert Grote in
Deventer de zgn. "Moderne Devotie". Diens leerling Florens
Radewijns had, toen hij in Praag studeerde, kennis gemaakt met de Boheemse
hervormingsbeweging met woordvoerders als Jan Milic van Kremsier, Tomáš
Štítný en Mathias van Janov. Hus was van hen allen de meest radicale
hervormer. In de ideeën van Hus leefde ook sterk Tsjechisch nationaal
element, dat tot uitdrukking kwam in zijn vernieuwing van de orthografie,
waarbij hij voor het eerst de diacritische tekens invoerde.
De paus bleef zijn grootste tegenstander en
in 1411 werd Hus in de ban gedaan, nadat in 1410 de leer van Wyclif was
veroordeeld. Hus ging echter onverstoorbaar zijn weg en publiceerde zijn
werk "De ecclesia" (Over de kerk), waarin hij zijn
vernieuwingsideeën uiteenzette zonder bepaalde kerkelijke dogma's aan te
tasten, zoals die over het vagevuur, de transsubstantiatie en ook de
Marie- en heiligenverering. |
|
|
Excommunicatie en brandstapel
Nog de excommunicatie van Hus nog het
interdict over Praag hadden de uitwerking, die de paus ervan verwachtte en
men besloot nu Hus naar het concilie in Konstanz te laten komen om zich te
verantwoorden. Hus kon moeilijk weigeren. Het gevaar was niet denkbeeldig
dat de paus dan een kruistocht zou organiseren tegen de Boheemse staat,
die immers "ketters" in bescherming nam! Keizer Sigismund, de
broer van de Boheemse koning Václav IV, beloofde Hus een vrijgeleide.
Hus, overtuigd dat het gelijk en het morele recht aan zijn kant stonden,
vertrok naar Konstanz en tekende hiermee zijn doodvonnis. Hij werd
beschuldigd van ketterij en tot de brandstapel veroordeeld. Ondanks het
vrijgeleide deed keizer Sigismund niet om hem te redden. Hus werd op 6
juli 1415 verbrand en zijn as strooide men uit over de Rijn. Een jaar
later stierf zijn geestverwant Hiëronymus van Praag ook: de ketterdood op
de brandstapel. Wanneer de paus, de katholieken en de Duitse adel hadden
gedacht dat hiermede de zaak gesloten was, vergisten zij zich deerlijk! De
dood van de populaire prediker veroorzaakte in de Boheemse steden en
dorpen en ook onder de Tsjechische adel grote verontwaardiging. |
|
|
Gevolgen
De dood van Hus had enorme gevolgen. Keizer
Sigismund die zijn broer Vácalv IV in 1419 opvolgde, keerde zich fel
tegen de hussieten. Het was het begin van de hussietenoorlogen, waarin
zowel religieuze als politieke en nationale motieven een rol speelden. De
triomferende hussieten richtten zelfs buiten de grenzen van Bohemen grote
verwoestingen aan maar onderlinge tegenstellingen ondermijnden tenslotte
hun positie. Er hadden zich al eerder een gematigde en een radicale
richting gevormd. De eerste, de calixtijnen (van calixta: kelk) ook wel
utraquisten genoemd, eiste evenals de radicale richting dat de kelk bij
het Avondmaal aan de leken zou worden uitgereikt. Maar de meer radicalen
verwierpen bovendien de leer van het vagevuur, de verering der heiligen,
de beeldendienst enz. en waren dus te vergelijken met protestanten elders
in Europa. Zij bouwden een vestingstad en noemden deze Tábor naar de berg
Tábor uit de bijbel. Zelf heetten zij sedertdien Táborieten en kozen
belangrijke legerleiders als Žižka1) en Prokopius de Grote. De
gematigden hielden tenslotte de overhand, de Táborieten verdwenen als
strijdende partij maar veel van hun geestelijk erfgoed bleef bewaard bij
de Boheemse Broeders. Toen de Hervorming veld won, keerden sommigen terug
naar de roomskatholieke kerk, anderen sloten zich aan bij lutheranen,
calvinisten e.d. |
|
|
Op de plaats waar nu het standbeeld van Hus
verrijst, de Staroměstské náměstí in Praag werden op 20 juni 1621 27
hussietische leiders in een openbare executie ter dood gebracht. Dit
vonnis betekende het einde van de hussietische beweging. In de jaren
1621-27 verlieten niet minder dan 40.000 Tsjechische families Bohemen.
Zij vluchtten naar Duitsland, Engeland en Nederland, waar ook de laatste
protestante Boheemse vorst "de Winterkoning" Friedrich von der
Pfalz bij zijn neef prins Maurits een toevlucht vond.
Zonder Hus zou er vermoedelijk nooit een
onafhankelijke Tsjechische staat zijn ontstaan. Masaryk schreef: "De
hussietische beweging heeft in de Tsjechische geschiedenis dezelfde
betekenis als de Grote Franse revolutie in de Franse geschiedenis
...."
Het is weinig bekend, dat de befaamde Franse
schrijfster George Sand, blijkbaar geinspireerd door de Tsjechische
vrijheidsstrijd, een romantetralogie aan de hussieten wijdde in het
midden van de vorige eeuw. In het revolutiejaar 1848 schreef de Tsjech
Josef Kajetán Tyl een historisch drama "Jan Hus". Alois Jirásek
bracht in historische romans de tijd van Hus en de hussieten tot leven. |
|
|
Enige tijd geleden werd in kringen van het
Vaticaan bekend gemaakt dat Jan Hus, die 550 jaar geleden werd verbrand,
gerehabiliteerd zal worden.
1) Aan Žižka herinnert het Nationale
Monument op de berg Žižkov in Praag. In 1915 werd hier het 9 meter hoge
ruiterstandbeeld Žižka, een creatie van de kunstenaar Bohumil Kafka
geplaatst.
|
|
|
|