GOLEM - KUNSTMENS VAN RABBI LOW


De gehele middeleeuwen en de daarop volgende 'nieuwe tijd' tot de Verlichting leden de joden als minderheid van onderdrukking en vervolging door 'christelijke' vorsten, met als dieptepunt de verdrijving van de joden uit Spanje in 1492. Gelukkig waren er uitzonderingen. Zo kende Polen een bloeiend joods leven van 1500 tot 1648 en evenzo Bohemen onder keizer Rudolf II van Habsburg.

Al in de tiende eeuw vestigden zich voor het eerst joden in Praag. Gedurende eeuwen leefden zij geisoleerd in een 'ghetto' (genoemd naar de Venetiaanse wijk 'Ghetto Nuovo'). In de eerste helft van de zestiende eeuw kwam het woord ghetto voor joodse nederzettingen in gebruik. In 1781 vaardigde de verlichte Oostenrijkse keizer Josef II in zijn rijk het tolerantie-edict uit, dat de joden toestond zich buiten het ghetto te vestigen (later kreeg de nu grotendeels verdwenen joodse wijk in Praag naar Josef II de naam 'Josefov'). De ghettovorming in de diaspora weerhield de joodse intellectuelen er niet van zich op de hoogte te stellen van het geestelijk leven in de christelijke wereld. Zo volgden de Praagse joden met belangstelling en sympathie het optreden van de Boheemse reformator Jan Hus. De 'Ostjuden' streefden ernaar voor zichzelf een geestelijk houvast te scheppen door studie van de Talmoed, de Kabbala en andere joodse geschriften.


Middelaar

In de 18e eeuw kwam het chassidisme in Oost-Europa op, waarin de 'tsaddik' de 'rechtschapene' als een charismatische heilige, een middelaar tussen God en mens optreedt. Het chassidisme 1) was veelal een reactie op de deplorabele toestand waarin de joodse gemeenschappen zich, vooral in Polen, bevonden. Het is doortrokken van een diep geloof in een alom aanwezige God en ook een vertrouwen in het goeden in de mens. Wonderrabbi's speelden in het chassidisme een belangrijke rol. Dit blijmoedige geloof werd vorm gegeven door Israël ben Eliëzer uit Podolië (1669-1760). In Nederland heeft, zoals bekend, het chassidisme vooral bekendheid gekregen door het werk van Martin Buber. Een andere reactie op repressie en vervolging was het ontstaan van de legenden van de golem, waarvan de Praagse rabbi Juda Löw ben Betsabel (1520-1609) het middelpunt vormde. Enerzijds behoorde deze religieuze leraar nog tot de middeleeuwse wereld, anderzijds was hij een groot geleerde en vernieuwer, half mysticus, half rationalist 2). Rond de figuur van de Praagse rabbi ontwikkelde zich de merkwaardige mythe van de golem.

Meyrink

In de jaren twintig van onze eeuw verwierf de acteur-regisseur Paul Wegener grote bekendheid door zijn indrukwekkende film "Der Golem". Hierin kon deze befaamde filmer zijn hang naar het fantastische en mystieke volledig uitleven. In die jaren verscheen ook het bekende boek met dezelfde titel (ook in het Nederlands vertaald) van Gustav Meyrink (1868-1932), die evenals Kafka, Brod en Werfel to de zg. 'Prager Kreis', hoofdzakelijk bestaande uit Duitse-joodse schrijvers, behoorde.

Meyrink was een buitenechtelijk kind van een Württenbergse minister en een uit Silezië stammende toneelspeelster. In 1886 kwam hij naar Praag, deed hier zijn eindexamen aan de middelbare school en liet zich inschrijven als leerling van de Handelsacademie. Van 1889 tot 1902 leidde hij met de neef van de dichter Christian Morgenstern een bank in Praag. In Bohemen verdiepte hij zich in gnostische en occulte onderwerpen en had vele contacten met dichters, toneelspelers en andere kunstenaars. Wegens een affaire met een zangeres, die de woede van Meyrinks zwager opwekte, werd hij onder een voorwendsel gearresteerd, maar na enige weken weer vrijgelaten. Inmiddels hadden echter de cliënten van de bank wegens deze arrestatie de relaties met Meyrink verbroken en zijn bank ging failliet. Voor de literatuur betekende dit pijnlijke feit echter een belangrijke winst. Meyrink zette zich aan het schrijven van "Der Golem" en andere romans en korte verhalen.


Kunstmens

Golem is oorspronkelijk een Hebreeuw woord, dat voorkomt in Psalm 139:16 en vertaald wordt met klomp, leem of embryo. Volgens de legende, gebaseerd op kabbalistische geschriften is de golem een kunstmens, vergelijkbaar met Goethes homunculus. De reeds genoemde Praagse rabbi Juda Löw zou een golem hebben gemaakt om de bedreigde Praagse joden te verdedigen. Het decor van Meyrinks roman is het labyrint van het Praagse ghetto met zijn duistere, kronkelige steegjes, de hoofdfiguur is Athanasius Pernath, die ovr golem en de oude joodse staat zegt: !Immer einmal in der Ziet eines Menschenalters geht blitzschnell eine geistige Epidemie durch die Judenstadt, befällt die Seelen der Lebenden und lässt wie eine Luftspeigelung die Umrisse eines charakteristischen Wesens entstehen, das vielleicht vor Jahrhundeerten hier gelebt hat und nach Form und Gestaltung dürstet". De rabbi had deze uit leem vervaardigde golem tot leven gewekt door hem een strookje papier met de mystieke en onuitsprekende naam van God (de 'shem') in de mond te steken. Dankzij dit strookje kwam de golem tot leven, zonder dit papiertje werd hij weer een levenloze lemen figuur. Maar op een vrijdagavond, juist vóór de sabbatviering, vergat rabbi Löw de 'shem' aan de gollem te ontnemen. Zijn dochter was ziek en hij moest zich haasten naar de sjoel. De golem was zo woedend over de vergeetachtigheid van zijn meester, dat hij alles om hem heen in elkaar begon te slaan. De gealarmeerde rabbi onderbrak zijn gebed in de Praagse Alt-Neuwe Synagoge en wist de heilige naam uit de mond van de golem te trekken, die hierna als een levenloze klom leem in elkaar stortte.

Wonderdoener

De legende van rabbi Löw en zijn golem houdt nauw verband met de geestelijke sfeer van zijn tijd, waarin de toenmalige keizer Rudolf II meer belangstelling toonde voor de occulte 'wetenschappen', voor alchimie en astrologie, dan voor de regeerkunst. Vóór Gustav Meyrink, namelijk in 1904 had Rudolf Lothar al een boek "Der Golem" geschreven waarin hij rabbi Löw prijst als 'de beste, weiseste Man in ganz Prag'.
Rond rabbi Löw ontstond de legende van de golem, de wonderdoener, gevormd uit vormeloze klei, die de arme joden in de ghetto's van Praag, Warschau of Wilna op de mogelijkheid van geheimzinnige goddelijke krachten moest wijzen, waaruit zij hulp konden putten. De golem herinnert niet alleen aan Goethes 'Zauberlehrling', maar ook aan het bekende werk RUR (Rossums Universele Robots) van de Tsjech Karel Čapek, een anti-utopie, waarin gewaarschuwd wordt voor een volledig gemechaniseerde wereld. Hierin oefenen de robots (afgeleid van het Tsjechische woord 'robota'; herendienst) de macht uit. Bij Capek is sprake van een technocratische wereld, terwijl bij Meyrink juist het irrationele en occulte een geheimzinnige macht bezitten.

Maecenas

Rabbi Löw was, zoals gezegd, een historische figuur, wiens grafmonument te vinden is op de oude joodse begraafplaats in Praag. Op zijn grafsteen is een leeuw afgebeeld, die verwijst naar zijn naam. Hij overleed in 1609 in de regeringsperiode van de genoemde Oostenrijkse keizer Rudolf II, die astrologen, alchimisten en astronomen (Tycho Brahé en de elders om zijn protestantisme vervolgde Kepler) naar zijn hof liet komen en niet alleen als mecenas kunsten en wetenschappen bevorderde, maar evenzeer occultisme en het onderzoek naar de 'steen der wijzen'. Ook de bekende renaissance-filosoof Giordano Bruno begaf zich hiervoor naar Praag. Op 16 februari 1592 werd rabbi Löw door keizer Rudlof II in audiëntie ontvangen. Hierbij werd vermoedelijk over de positie van de joodse gemeente gesproken. Per decreet werden door de keizer pogroms verboden. Dit bewijst niet alleen de godsdienstige tolerantie van de vaak miskende vorst 3), maar bovendien blijkt dat de rabbi op keizerlijke bescherming kon rekenen, wellicht ook om diens kennis van wis- en natuurkunde, astrologie en occultisme. De rabbi is vereeuwigd in een standbeeld in Praag.
Aan keizer Rudolfs belangstelling voor alchimie herinnert nog het 'Zlatá ulička' (het gouden straatje) in Praag dat (overigens ten onrechte) beschouwd wordt als het straatje van de 'goudmakers'.

Grafstenen

Verschillende Tsjechische, maar ook Duitse Schrijvers (E.T.A. Hoffmann, A. von Droste-Hülhoff en Theodor Storm) hebben zich met het golem-motief beziggehouden. Ook de Slavist A.M. Ripellino gaat in zijn boek met de veelzeggende titel 'Magisches Prag' (ook in het Nederlands vertaald) uitvoerig in op de legende van rabbi Löw en zijn golem. Trouwens niet alleen in Bohemen, ook in andere Oosteuropese landen zoals Polen, is het joodse golem-motief bekend.
De legende van de golem was in Bohemen, maar ook verder in Oost-Europa zo bekend dat Chajin Bloch er een heel handboek over schreef 'Der Prager Golem' (1920).

In het genoemde verhaal van Meyrink is ook sprake van de 'Laterna magika' (nu een bekend filmtheater in Praag). De Tsjechische Nobelprijswinnar (1984), de dichter Jaroslav Seifert, schreef in zijn 'Eos, godin van de dageraad': 'Op het graf van opperrabbi Löw - net als hop het graf van hun overleden familieleden of vrienden - leggen en legden joden van oudsher steentjes en doen dan een geheime wens, waarbij ze de opperrabbi aanroepen om die wens in vervulling te doen gaan. Nog meer effect schijnt het te hebben, wanneer je je wens op een briefje schrijft en dat door een nauwe spleet tussen de grafstenen in het graf schuift'.


1. Over het chassidisme: vgl. D. Meijers, De revolutie der vromen. Ontstaan en ontwikkeling van het Chassidisme. Hilversum 1989.

2. Over rabbi Löw: vgl. B.L. Sherwin, Mystical theology and social dissent; the life and works of Judah Loew of Prague.

3. Over Rudolf II. vgl. Ledenbrief Ahoj van april 1994.