|
|
|
Een zeer invloedrijke feodale familie, die in
die middeleeuwen grote delen van Bohemen beheerste, was de familie
Rosenberg (Tsjechisch Rožmberk). De stamburcht van de Rosenbergs is
gelegen boven de pittoreske vallei van de Vltava (Moldau). Door zijn hoge
ligging was de burcht goed verdedigbaar. De geschiedenis van de burcht
begint in de dertiende eeuw.
De Vítkovec-familie, oorspronkelijk leden
van de hofhouding van de Boheemse koning, kregen hier land toegewezen. De
stichter van deze Vítkovec-familie had vijf zonen. Zij verdeelden het
door de Boheemse koning geschonken bezit in 5 delen en elke zoon kreeg een
nieuw familiewapen, een roos met vijf bloembladen, alle echter in een
verschillende kleur. Eén van de vijf zonen, Vok, kan men als de
eigenlijke stichter van kasteel Rožmberk beschouwen. De familie bezat een
zilveren familiewapen met in het centrum een rode roos.
|
|
|
De eerste verwijzing naar de burcht dateert uit
1250. In dit jaar wordt ook de stichter Vok z Rožmberka (Vok van
Rosenberg) voor het eerst in koninklijke documenten genoemd. In 1302
verhuisde Vok's zoon Jindřich naar Český Krumlov, maar de familie
behield de naam Rožmberk. Český Krumlov werd sedertdien de hoofdzetel
van de Rozenbergs en het stamslot geraakte zelfs in verval. Vilém z Rožmberka
(1535-1592) besloot toen het kasteel in renaissance-stijl te laten
restaureren.. Het laatste lid van de familie, de bekende maecenas Petr Vok
z Rožmberka, die kinderloos stierf, liet "Hrad Rožmberk" na
aan zijn neef Jan Zrinksý, die op zijn beurt het kasteel overdroeg aan de
familie Šwamberk (Schwanberg).
In het kasteel herinnert de Rožmberkzaal aan
de oorspronkelijke eigenaars. Overal vindt men het symbool van de
vijfbladige roos, ingesneden in meubelen, boven de deur en op het plafond.
Ook ziet men de wapens met de rode, witte, gouden, blauwe en zwarte roos,
die indertijd tussen de oorspronkelijke feodale bezitters werden verdeeld.
|
|
|
Zoals gezegd, werden de Rožmberk's in 1302
heren van de prachtige middeleeuwse stad Český Krumlov (Duits: Krumau).
Deze schonken de stad allerlei privileges maar ook lieten zij kloosters en
kerken bouwen, steunden handel en cultuur en traden als maecenassen op,
waarvan de laatste Rosenberg, Peter Vok, wel de belangrijkste was, die ook
het onderwijs bevorderde. Hij had geen nakomelingen, zodat in 1601
besloten werd het domein van deze middeleeuwse stad aan keizer Rudolf II
te verkopen. De uitputting van de zilvermijnen in het gebied had de
Rosenbergs in financiële problemen gebracht. Als blijvende herinnering
aan de Rosenbergs fungeert nog de vijfbladige rode roos in het stadswapen
en bovendien het jaarlijkse feest van de rode roos, gepaard gaande met
allerlei festiviteiten in Český Krumlov.
In 1719 werd het kasteel eigendom van de
machtige familie Schwarzenberg, die al grote delen van Bohemen in bezit
had.
|
|
|
Van de uitgebreide bezittingen van de Rosenbergs
noem ik nog T ebo (Wittingau), eveneens in Zuid-Bohemen. Hier zwaaiden van
1366 tot 1611 de Rosenbergs ook de scepter. De genoemde Petr Vok van
Rosenberg die "Direktor der Böhmischen Stände" was, stier op
het kasteel Wittingau. Hier ontstond de beroemde
"Rosenberg-Bibliotheek" afkomstig van Petr Vok en zijn broer
Willem. Deze bibliotheek werd tijdens de Dertigjarige Oorlog door Zweedse
soldaten naar Stockholm overgebracht. Na haar bekering tot het
katholicisme in 1622 schonk koningin Christina van Zweden de befaamde
Rosenberg-Bibliotheek aan het Vaticaan. Ook het schilderachtige stadje
Prachatice, in de middeleeuwen centrum van de zouthandel, kwam in de
veertiende eeuw onder het gezag van Rosenbergs. Hetzelfde geldt voor de
burcht Vimperk (Wittenberg) in het dal van de Volyčka.
|
|
|
Symbool van de macht van de Rosenberg-dynastie
is het Rosenberg-paleis in Praag, dat ongeveer de helft van het
zuidelijke front van de Praagse burcht bestrijkt. (Een uitvoerige
beschrijving treft men aan in het schitterende werk van Karel von
Schwarzenberg "Praag. De burcht en haar kunstschatten" uitg.
Schuyt, 1994). Het ontstaan van het Rosenberg-paleis (Rožmberský palác)
in zijn huidige vorm werd bepaald door de brand van 1541, die het
oorspronkelijke gebouw in de als legde. Er verrees toen een groter, nog
imposanter paleis van de Rosenbergs. Het grootste renaissancepaleis van
Praag kon zijn oorspronkelijke karakter behouden tot in de jaren twintig
van de achttiende eeuw toen het rigoureus werd verbouwd. Het huidige
aanzien kreeg het Rosenberg-paleis als gevolg van het besluit van
keizerin Maria Theresia om het sedert 1753 dienst te laten doen als
gesticht voor adellijke dames. Schwarzenberg schrijft: "dat het nu
ontstane complex vooral indruk maakt door zijn dimensies: ongeveer
vijfendertig ramen zien uit op de Jiřská ulice en de zuidelijke facade
telt er een stuk of vijftig, die ook nog eens worden afgewisseld door
zeven bolwerken met terrassen .... |
|
|
|