|
|
|
Terugblikkend op de geschiedenis van Bohemen wordt een ieder, die zich
hiermee bezighoudt, getroffen door het merkwaardige feit, dat een taal,
die ten gevolge van de Habsburgse repressie, ten dode opgeschreven leek,
in het begin van de vorige eeuw een schitterende renaissance beleefde. Dit
is te danken aan verschillende schrijvers en wetenschappers als Josef
Jungmann, František Palacký en Josef Dobrovský. De stoot hiertoe werd
echter ook gegeven door de ideeën van de Romantiek, o.m. van Goethe en
Herder. Johann Gottfried Herder (1744-1803) ging uit van de these, dat elk
volk zich onder andere omstandigheden van klimaat, cultuur en politiek
ontwikkelde en hierdoor een geheel eigen individualiteit verwierf die ook
zijn poëzie in sterke mate beinvloedde. Zijn "Stimmen der Völker in
Liedern" had grote invloed op de Romantici. Deze invloed strekte zich ook
uit tot het sedert de Slag op de Witte Berg onderdrukte Bohemen. Sinds
Herder was men zich bewust geworden van de grote cultuurscheppende
betekenis van de taal.
|
|
|
Het begrip culturele of nationale identiteit, waarover tegenwoordig
zoveel geschreven wordt, is een probleem van vele facetten. Dit begrepen
in Bohemen ook de vertegenwoordigers van de Tsjechische nationale
wedergeboorte (obrození). In de laatste decennia van de 18de eeuw vroegen
zij zich af wat er onder "natie" of "vaderland" verstaan moest worden.
Waren dat alle landen van de Habsburgse monarchie, de landen van de
Boheemse Kroon of slechts die gebieden waar men Tsjechisch (of ook
Slowaaks) sprak? De adel vormde een probleem apart omdat zij veelal van
Tsjechische origine was maar toch Duits sprak. Langzamerhand kwam men tot
slotsom, dat de taal (Tsjechisch of Duits) een beslissend criterium was,
van meer belang dan geboorteplaats, afstamming of godsdienst.
|
|
|
Dit is vooral bepleit door Josef Jungmann (1773-1847), die aan de wieg
van de Tsjechische renaissance stond en aan wie een monument op het
Jungmannovo náměstí in Praag is gewijd. Het Tsjechische taalnationalisme
is door Jungmann o.m. verdedigd in het tijdschrift "Hlasatel český" (De
Tsjechische bode) b.v. in een artikel "O jazyku českém" (Over de
Tsjechische taal). Jungmann wilde echter meer. Hij ging uit van de oude
stelling, dat de Slaven op taalgebied een eenheid vormden en dat er naast
gestreefd moet worden deze eenheid zoveel mogelijk te versterken o.m. door
het creëren van een gemeenschappelijke schrijftaal. Jungmann trok de
consequenties uit deze (nu onhoudbaar gebleken) these door in de door hem
samengestelde woordenboeken Poolse, Russische en Servokroatische woorden
op te nemen, zodat de weg gebaand kon worden naar een Slavische
eenheids-schrijftaal. Hij verrijkte het Tsjechisch met neologismen,
archaismen en Slavische leenwoorden.
Jungmann meende ook, dat de
afzonderlijke Slavische nationale culturen als delen van een
"al-Slavische" literatuur konden worden opgevat, die essentieel verschilde
van de Germaanse of Romaanse literatuur. Hierbij moet wel opgemerkt worden
dat deze accentuering van de Slavische taal en cultuur toen geen
anti-Duits karakter droeg, ook al leidde dit tot een propagering van de
"Slavische idee" en de verheerlijking van de Slavische cultuur. Voor de
Tsjechen waren deze ideeën in zoverre van belang, dat de nationale
Tsjechische geschiedenis en b.v. de hussietentijd veel meer aandacht
kregen.
|
|
|
Hoewel Jungmann ook gedichten schreef is hij vooral bekend geworden als
geniaal taalgeleerde. Hij schreef een Tsjechisch-Duits woordenboek in vijf
delen (1834-1839), dat hem algemene erkenning bracht. Voorts publiceerde
hij een literatuurgeschiedenis "Historie literatury české"(1825) en een
bloemlezing " Slovesnost" (1820). Ook hield deze taalvirtuoos zich bezig
met de Tsjechische spelling, waarover in zijn tijd onenigheid bestond.
|
|
|
Groot belang werd in het begin van de 19de eeuw gehecht aan de
vertaling van buitenlandse klassieke auteurs. Duitse auteurs kon de
intelligentia uiteraard in het Duits lezen en van andere klassieken
bestonden over het algemeen Duitse vertalingen. Maar Jungmann was er van
overtuigd, dat goede vertalingen in het Tsjechisch ook een gunstige
invloed zou hebben op de taal van de levende Tsjechische schrijvers en zou
bijdragen tot de ontwikkeling van de Tsjechische literaire taal. In zijn
poëzie-vertalingen experimenteerde de Tsjechische geleerde met
verschillende metrische systemen. Jungmann heeft een indrukwekkend aantal
klassieken in zijn moedertaal vertaald zoals "Paradise lost" van Milton,
"Hermann und Dorothea" van Goethe, "Atala" van Chateaubriand, het
Russische "Igorlied" en voorts werken van Dryden, Gray, Pope, Shakespeare,
Boileau, Moliere, Voltaire, Brüger, Klopstock, Schiller en Lucianus. |
|
|
Zijn eigen gedichten hadden echter in tegenstelling tot zijn vertaalde
poëzie geen gebekenis voor de ontwikkeling van de Tsjechische literatuur.
Men kan zeggen, dat het werk van deze eminente geleerde het begin markeert
van de Tsjechische literatuurgeschiedenis. Met recht heeft het dankbare
nageslacht dan ook in 1878 door de beeldhouwer L. Šimek een indrukwekkend
herdenkingsmonument laten bouwen. |
|
|
|